Judo. Hoe, wat en waarom.
Jigoro Kano (Japan 1860-1938) is de grondlegger van het judo. Kano, een hoogleraar filosofie, beoefende ter zelfverdediging het oude jiujitsu. Gaandeweg kreeg hij onvrede met de ruwe en gevaarlijke technieken die bij jiujitsu werden toegepast. Hij selecteerde een aantal technieken om de tegenstander uit te schakelen zonder deze daarbij ernstig te verwonden. Dit werd de basis van het judo. Letterlijk vertaald betekent ju (zacht) en do (weg). De zachte weg dus, waarbij het woord do (weg) ook wel staat voor levenspad, omdat judo van oorsprong meer is dan alleen een sport.
In 1882 opende Kano in Tokio de allereerste judoschool, de Kodokan. Behalve een training van het lichaam was voor Kano ook de training van de geest een primair doel, een instelling die bij veel westerse judoka's niet meer leeft.
Zijn filosofie wordt gekenmerkt door twee begrippen, die beide via de sport hun uitwerking kunnen hebben op het functioneren in de maatschappij:
1. Maximale effectiviteit met minimale inzet: wat een persoon doet, moet met optimale inzet van geestelijke en lichamelijke energie gebeuren. In het judo leert men de kracht van de tegenstander te gebruiken om hem ten val te brengen (als b.v. als de ander hard tegen je duwt, is het onzin om hard terug te gaan duwen. Beter is het dan om op het juiste moment snel opzij te stappen en hem door zijn eigen kracht ten val te brengen). In het leven is dit het principe van de juiste dingen doen op het juiste moment.
2. Wederzijds profijt en welbevinden: de spelers dienen respect te hebben voor zichzelf en voor anderen. Bij het beoefenen van het judo leren ze samen te werken om zich de vaardigheden eigen te maken. Zonder tegenstander om mee te judoën kan men de sport immers niet leren; men werpt zelf en wordt op zijn beurt geworpen. Deze opvatting van samenwerkend leren is ook in andere gebieden van het leven van toepassing.
Kano overleed op 77-jarige leeftijd aan boord van een stoomschip. De officiële doodsoorzaak was longontsteking, maar er zijn ook aanwijzingen dat Kano werd vergiftigd. De Japanse regering wilde de Kodokan omzetten in een militaire academie. Kano was hier echter fel tegen. Enkele weken na zijn dood zette de regering haar plan alsnog door. De KODOKAN als instituut bestaat nog steeds.
Hij verkreeg postuum de hoogste graad, de 12e dan (een brede witte band, waarover later meer). Deze graad is exclusief voorbehouden aan de grondlegger van het judo.
Jigoro Kano geeft demonstratie (foto: © Getty Images)
Er wordt gejudood in een JUDOGI (judo-pak). Dit bestaat uit een witte katoenen broek en jas, die wordt dichtgehouden door een judoband.
De kleur van deze judoband zegt iets over de graad van gevorderdheid. De beginners zijn ingedeeld in KYU's (klassen), de gevorderden zijn ingedeeld in DAN's (graden).
Je hebt 6 KYU’s en 11 DAN’s. Je begint met de 6e KYU (witte band) en gaat dan middels bandexamens naar de 1e KYU (bruine band). Vervolgens kan je (vanaf je 16e jaar) examen doen voor de 1e DAN (zwarte band). Hierna kan je nog een 2e en 3e DAN halen (regionale examens), en een 4e en 5e DAN (landelijk examen). Hogere DAN’s (6e, 7e, 8e, 9e en 10e) worden op grond van speciale verdiensten voor de judosport of exceptionele bekwaamheid in het uitvoeren ervan toegekend. Er zijn wereldwijd maar 17 judoka’s met een 10e DAN, waaronder Anton Geesink. De allerhoogste graad in het judo, de 12e DAN (een 11e bestaat niet) is voorbehouden aan de grondlegger van het judo, Jigoro Kano.
Voor de kleuren van al deze banden zie onderstaande plaatjes (van licht naar donker en oplopend in gevorderdheid).
De 6 klassen (Kyu's)
De 11 graden (Dan's)
Om de vaak lange periode tussen 2 bandexamens op te vullen en het zo aantrekkelijker te maken voor jeugdige judoka’s (t/m 12 jaar), houden veel judo-scholen (vaak volgens een eigen systeem) slipexamens. Hierbij krijg je bijvoorbeeld middels slipexamens 2x een slip in de kleur van je volgende band, waarna je dan bandexamen mag doen. Bijvoorbeeld als je een witte band hebt doe je een keer slipexamen en krijg je (als je hiervoor slaagt) een gele slip die je op je band mag (laten) naaien. Vervolgens doe je een 2e keer slipexamen waarbij je een 2e gele slip kan verdienen. Als je dan 2 gele slippen op je witte band hebt mag je bandexamen (voor gele band) doen. Andere judoscholen hebben ook wel een systeem waarbij je op je huidige band, eerst alle slippen van de overige 5 Kyu’s op je band moet verdienen voordat je bandexamen mag doen.
Tijdens wedstrijden van hoog niveau draagt de ene judoka een wit pak en de andere judoka een blauw pak. Door dit onderscheid is deze dynamische sport beter te volgen voor zowel het publiek als de scheidsrechters. Het blauwe pak is ooit een voorstel geweest van Anton Geesink en wordt voornamelijk in Europa gebruikt. Japan en Korea vinden dat je eigenlijk in het reine traditionele wit op de TATAMI (judomat) moet verschijnen. Als beide judoka’s een witte judogi aan hebben, moet één van de twee een extra rode band om, om zo het verschil op het scorebord goed aan te kunnen geven.
De wedstrijdjudoka’s worden ingedeeld naar gewicht en leeftijd. Op de ochtend van of op de avond voorafgaand aan de wedstrijddag wordt het gewicht van de judoka’s door de organisatie gecontroleerd. Qua leeftijd wordt er ingedeeld in 7 verschillende klassen. De wedstrijdduur wordt naarmate de leeftijd vordert langer (b.v. -12 jaar = 2 minuten, -15 jaar = 3 minuten en senioren = 4 minuten).
Een judopartij speelt zich af op een vierkante wedstrijdmat (TATAMI). Deze tatami is opgebouwd uit een wedstrijdgedeelte met daaromheen een veiligheidsstrook (ook wel valrand genoemd). De maten verschillen nogal. Bij de jeugd is de wedstrijdgedeelte vaak 5x5 meter, terwijl bij de senioren een minimale maat van 8x8 meter verplicht is. Een wedstrijd wordt geleid door een hoofdscheidsrechter (staand op de mat) en twee hulpscheidsrechters (op een stoel op de hoeken van de mat). Bij kleinere jeugd-toernooien is er meestal alleen een hoofdscheidsrechter. Vanaf 2013 staat er bij de grotere toernooien 1 scheidsrechter op de mat en zitten er twee achter de jurytafel die videobeelden kunnen terugkijken.
Tatami
Je kan bij judo 2 soorten scores halen: IPPON en WAZA-ARI. IPPON is de hoogste score (de partij is dan direct beslist).
Er zijn 4 manieren om een partij te winnen:
1. Met een worp (b.v. met een heup, schouder- of beenworp)
- als je je tegenstander in volle vaart plat op zijn rug werpt, is het een IPPON en meteen afgelopen.
- als hij net niet vol op z’n rug komt, of op z’n zij is het een WAZA-ARI.
Twee waza-ari’s is goed voor een IPPON. Als er geen ippon wordt gescoord, wint degene die met 1-0 voor staat als de tijd is verstreken. Kijk op judoinfo.com om de verschillende worpen te zien.
2. Met een houdgreep (OSAE-KOMI)
Dit is een greep waarbij je je tegenstander met één of twee schouders tegen de mat drukt, en waarbij dan niet jouw been tussen dat van je tegenstander zit geklemd.
- duurt de houdgreep 20 seconden is het IPPON (en afgelopen)
- duurt de houdgreep 10 seconden is het een WAZA-ARI
3. Met een armklem of verwurging (vanaf resp.15 en 12 jaar)
- als hij opgeeft, moet hij aftikken en is het IPPON en dus afgelopen
4. Middels drie straffen (shido's) van je tegenstander
Een shido is een lichte overtreding. Je kunt 2x een shido krijgen. De 3e leidt tot verlies (HANSOKU-MAKE).
Voorbeelden van overtredingen die leiden tot een SHIDO:
- passief judoën
- schijnaanval maken
- achteruit van de mat aflopen
Golden score
Als er na het verstrijken van de wedstrijdtijd 0-0 of 1-1 staat gaat men verder in een golden score. Deze is qua tijd onbegrensd. De golden score wordt gewonnen of verloren als één van de twee een score maakt, of als één van de twee 3 shido’s (straffen) heeft gekregen.
Scorebord
Nieuwe of aangepaste regels worden door de IJF (International Judo Federation) meestal geïntroduceerd voordat er een nieuwe Olympische cyclus wordt gestart. Klik HIER voor de laatste aanpassingen voor de cyclus 2022-2024 (opening Olympische Spelen is op 26 juli 2024 in Parijs).
Tot slot hieronder een aantal veel voorkomende scheidsrechters gebaren.
In 1964 wordt judo geïntroduceerd bij de Olympische Spelen in Tokio. De Japanners waren in het judo heer en meester, maar in Tokio wist onze Anton Geesink tot grote ontzetting van het thuispubliek in de finale (van de open klasse) hun favoriet Akio Kaminaga te verslaan.
Geesink wint hier van Kaminaga
Vier jaar later (1968) in Mexico-stad was er geen judo bij de Spelen, maar In 1972 te München behaalde Willem Ruska het Olympisch goud bij de zwaargewichten (+93kg) ten koste van de West-Duitser Klaus Glahn.
Ruska (rechts) in de finale +93 kg tegen Glahn
Een dag na deze overwinning tegen Glahn begon er in het Olympisch dorp een gijzelingsactie door een stel palestijnse terroristen waarbij uiteindelijk 11 Irsraëlische atleten (en de paletijnse terroristen) om het leven kwamen. De Spelen werden een dag stil gelegd, maar de gevleugelde uitspraak van de IOC-baas Avery Brundage werd: 'The games must go on'. En zo geschiedde. Het Nederlands Olympisch Comite trok haar sporters niet terug, maar liet de keus aan hen. Ruska ging door op jacht naar zijn 2e Olympische medaille (Geesink had er tenslotte 'slechts' 1) en kwam uiteindelijk in de finale van de Open gewichtsklasse tegen de Rus Vitali Kusnetsov en won (een onwaarschijnlijke prestatie). In (het 'politiek correcte') Nederland kreeg hij (omdat hij zich niet terug had getrokken) echter nooit de waardering die hij verdiende. En zo werden het helaas de 2 meest vergeten olympische medailles ooit.
Ruska (rechts) in de finale van de Open Klasse tegen de Rus Vitali Kusnetsov
In 1988 veroverde Angelique Seriese in Seoul ook Olympisch goud. Maar ook zij kreeg nooit de lof die ze verdiende omdat toen het vrouwenjudo ’slechts’ een demonstratiesport was op de Spelen. Over het feit dat het herenjudo in 1964, toen Anton Geesink goud won, ook een demonstratiesport was hoor je echter nooit iemand.
Angelique Seriese wint hier de finale (+72kg) van de Chinese Gao Fenglian
Tot slot wist Mark Huizinga in Sidney 2000 als vierde en laatste Nederlander het Olympisch goud mee naar huis te nemen.
Huizinga wint hier de finale (-90kg) tegen Carlos Honorato uit Brazilië
In 2004 is voor de RVU door Martin Šimek een hele mooie reportage gemaakt over Willem Ruska (die helaas in 2001 werd getroffen door een hersenbloeding). De reportage (Winnen van jezelf / Šimek ontmoet kampioenen) duurt zo’n 50 minuten, maar is zeer de moeite waard. Als je hem wilt zien klik dan hier.
Olympisch goud van Anton Geesink klik hier (3.45 min)
Olympisch goud van Ruska in de +93 kg klik hier (1.06 min)
Olympisch goud van Ruska in de Open Klasse klik hier (0.45 min)
Olympisch goud van Mark Huizinga klik hier (4.14 min)
Meer lezen over judo? Klik dan HIER voor het weblog van vijfvoudig Nederlands kampioen Jim Heijman.